Post Office van Charles Bukowski

De rauwe, typerende schrijfstijl van Bukowski klasseer ik onder “you love it, or you hate”. I kind of like it. Maar ik kan het ook niet altijd apprecieren. Je kan het boek best beschrijven als een autobiografische conversatie, met “Henri Chinaski” in de hoofdrol. Autobiografisch, omdat er toch wel veel gelijkenissen zijn met Charles Bukowski als persoon.

In short, het gaat over een dronken postbode in de ruwe, ruige buurt van LA. Marginaliteit en criminaliteit, gecombineerd met de bureaucratische, absurde trekken van de Amaerikaanse post. Henri (of Hank) gaan volledig op in zijn rol met een haat/liefde verhouding, zowel in zijn job als persoonlijke relaties.

De schrijfstijl is vlot en leest makkelijk, ook al kraakt het engels langs alle kanten.
Het is een boek dat je in één keer uitleest, of eentje dat je na 3 pagina’s gedegouteerd in de vuilbak flikkert.

Doorspekt met zwartgalligheid, vunzige en gortdroge vrouw-onvriendelijke opmerkingen, en humor-op-het-randje, leest het onverwacht vlot. Voorzie voldoende alcoholische drank tijdens het lezen en verwacht je aan een melancholische bui wanneer je het boek uit hebt.

Aanrader? Absoluut. Maar niet voor de gevoelige zielen.